Ita van Dijk

De drang om te weten

Vijfentwintig jaar geleden wist ik nauwelijks iets van mijn eigen familiegeschiedenis. Stukje bij beetje heb ik er delen van blootgelegd. En al weet ik nog lang niet alles over iedereen, ik heb wel gemerkt wat de kennis over je voorouders voor je kan betekenen. Uiteindelijk ben je gevormd door wie zij ooit waren. Ontrafelen wie zij waren, kleurt het beeld over jezelf in.

Een van mijn bet-bet-overgrootvaders was schipper. Zijn dochter, mijn betovergrootmoeder was dienstbode. Van het huishoudelijke van die dienstbode op zich herken ik niet heel veel in mijzelf, maar wel in haar drang om vaak te verhuizen. Midden negentiende eeuw woonde ze overal en nergens. Ik heb haar teruggevonden in Utrecht, Nijmegen, Amsterdam, Rotterdam, Kralingen, Wamel, Gorinchem en uiteindelijk stierf ze, pas 29 jaar oud, in Sliedrecht. Ze kreeg twee kinderen van mij onbekende vaders (ik hoop maar dat zij wel wist van wie), maar is nooit getrouwd. Die behoefte aan nieuwe omgevingen snap ik heel goed, al begrijp ik best dat haar zoon koos voor een heel ander leven. Zonder avontuur, met veel vastigheid.

Een andere betbetovergrootvader had een boerenbedrijf. Dat botst heel erg met mijn drang om erop uit te trekken, maar ik herken van hem wel de behoefte aan autonomie.

Al zo lang ik mij herinner houd ik van puzzels en raadsels (ik weet nog niet van wie ik dat geërfd heb). Ook mijn nieuwsgierigheid naar de levens van andere mensen en van degenen die aan ons vooraf gingen is er altijd geweest. De drang om te weten, om te begrijpen. In de journalistiek kon ik daar al iets mee, maar in Anno 1907 krijgt dit deel van mij eindelijk volop de ruimte.

Terriër

Mijn journalistieke achtergrond helpt om de juiste vragen te stellen en soms op wat minder voor de hand liggende wijze te zoeken naar de antwoorden. Uiteindelijk ben ik een terriër als het gaat om familiegeschiedenis en zoeken naar nazaten. Ik geef mijn zoektochten niet op, zelfs als ze jarenlang duren. Gelukkig zijn dat uitzonderingen; de meeste zoek- en puzzelklussen leiden tot een veel sneller resultaat.

Ervaring

In de afgelopen twintig jaar heb ik al heel veel zoekwerk verricht. Een paar jaar maakte ik actief deel uit van de Zoekbrigade van Adres Onbekend. Daarnaast dook ik in iedere vraag die op mijn pad kwam. Daardoor raakte ik thuis in diverse archieven en in de genealogie van de afgelopen twee eeuwen. Ook in de achttiende eeuw heb ik gezocht, maar het liefst beweeg ik mij door archieven die na 1811 zijn gemaakt, nadat Napoleon het bevolkingsregister in Nederland invoerde.

Sinds een jaar of 4 zoek ik nabestaanden en geschiedenissen van joodse families uit Deventer. Dit doe ik onder andere in verband met de struikelstenen die in Deventer voor hun familieleden worden gelegd.

Internet

Ik moet op mijn handen gaan zitten als ik een vraag hoor over voorouders. Voor ik het weet zit ik een hele avond achter de computer op zoek naar het antwoord. Het meest zoek ik via internet, voornamelijk omdat je dan (veel) meer kunt vinden in minder tijd. Wat ik via internet niet kan vinden, zoek ik natuurlijk op andere manieren. Ik ga op zoek naar mensen die de gezochte kennis hebben of ik ga op pad naar archieven waar de informatie verborgen ligt.

Open Joodse Huizen

Drie jaar geleden bezocht ik de Open Joodse Huizen in mijn woonplaats Deventer voor het eerst. In vrijwel elk huis hoorde ik minstens één keer 'dat weten we eigenlijk niet' als antwoord op vragen. Toen in het laatste huis ook nog bleek dat er naarstig naar een verdwenen nabestaande werd gezocht, besloot ik me aan te melden. Sindsdien verricht ik speurwerk voor de Open Joodse Huizen en voor de struikelstenen die sinds 2015 jaarlijks in Deventer worden gelegd. Ik zoek naar de geschiedenissen van de families en naar nabestaanden. Dat is niet altijd makkelijk, maar het is geweldig als het toch blijkt te lukken om iemand te vinden. Zoals de verdwenen achterneef bijvoorbeeld. Eenmaal teruggevonden konden we struikelstenen voor zijn familie leggen.